Icon--npo Icon--facebook Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--twitter Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--clock Icon--twitter Icon--instagram Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--backgroundTop Icon--backgroundBottom

Recept: Marsepeinen kasteelgebakjes met praliné en kersen

in Bakken

Deze marsepeingebakjes - volgens een recept van Annemarie Pronk - zien er fantastisch uit en zijn ook nog eens superlekker! Je moet er even de tijd voor nemen, maar je zult zien dat het heel goed te doen is. Je kunt alle losse onderdelen van dit gebakje heel goed een dag van tevoren maken. Zodoende hoef je ze de volgende dag alleen nog in elkaar te zetten en dat is het allerleukste klusje!

10 stuks
Bereidingstijd: 1 uur
Wachttijd: paar uur

Ingrediënten

Praliné:
125 g hazelnoten
75 g suiker

Botercrème:
30 g water
150 g fijne kristalsuiker
2 ½  eidooiers
250 g roomboter op kamertemperatuur
75 g van de praliné

Biscuit:
300 g ei (ongeveer 6 stuks)
180 g fijne kristalsuiker
10 g vanillesuiker
150 g bloem
30 g maïszetmeel
snufje zout

Suikersiroop:
100 g water
100 g kristalsuiker

Vulling en garnering:
100 g kersenjam
680 g marsepein
Mintgroene kleurpasta
Lichtroze kleurpasta
50 g pure chocolade
10 amarena kersen
Eetbare viooltjes en/of primula

Materialen:
Staande mixer met garde en bisschopshaak, thermometer, bakblik van ongeveer 30 x 35 cm, bakpapier, paletmes, rolstok, spuitzakje

Bereiding

Praliné:
Verwarm de oven voor op 200 °C. Rooster de hazelnoten in de oven mooi goudbruin. Laat afkoelen. Maak een droge karamel van de suiker en schep de afgekoelde hazelnoten door de karamel. Stort het op een bakplaat met bakpapier en laat afkoelen. Breek de hazelnootkaramel in stukken en draai ze in de foodprocessor net zo lang totdat er een pralinépasta ontstaat. Bewaar de praliné op een koele donkere plek in een luchtdicht afgesloten potje.

Botercrème:
Breng het water met de suiker aan de kook. Klop ondertussen de eidooiers in de staande mixer tot een lichtgele, luchtige massa. Schenk de suikersiroop, wanneer deze een  temperatuur van ongeveer 120 °C  heeft, al kloppend voorzichtig  bij de eidooiers. De eidooiers worden nu verhit en dus gepasteuriseerd. Klop even door totdat de ergste hitte verdwenen is. Vervang dan de garde door de bisschopshaak en laat het mengsel draaien op een lage stand totdat het iets koeler aanvoelt dan je vingertop. Voeg al kloppend de roomboter in gedeeltes toe. Wacht met toevoegen van een nieuw stuk boter totdat het vorige stuk helemaal is opgenomen. Laat de botercrème gerust anderhalf uur draaien. Spatel tenslotte de praliné erdoor.

Maak terwijl de botercrème luchtig draait de suikersiroop en de biscuit.

Biscuit:
Verwarm de oven voor op 175 °C.

Doe de eieren, suiker en vanillesuiker in de kom van de staande mixer en klop het zeer luchtig met de garde in ongeveer 10 minuten. Zeef de bloem, het maïszetmeel en het zout. Zet de mixer uit, vervang de garde voor de bisschophaak. Laat de mixer op stand 1 draaien, terwijl je lepel voor lepel het bloemmengsel toevoegt. Zet de machine direct uit als alle bloem is opgenomen. Verdeel het beslag over de met bakpapier beklede bakplaat en strijk het mooi vlak met een groot paletmes. Zet de bakplaat in het midden van de oven en bak de biscuit gaar in ongeveer 15 minuten.

Suikersiroop:
Breng het water met de suiker in een pan met dikke bodem aan de kook. Laat 5 minuten doorkoken, zet het vuur uit en laat de suikersiroop afkoelen.

Opbouwen:
Pureer de kersenjam. Snijd de biscuitplak in drie delen. Snijd ze bij tot drie keer het formaat 25 x 10 cm. Leg een biscuitplak op een plankje of een plat bord. Trempeer deze plak met behulp van een kwastje met de suikersiroop.

Bestrijk de plak met de kersenjam, dek af met de tweede plak, trempeer weer met de suikersiroop en bestrijk met een dikke laag pralinébotercrème. Dek af met de laatste plak. Trempeer met de suikersiroop. Smeer de rechthoekige gevulde biscuit rondom en bovenop strak af met botercrème en laat opstijven in de koelkast.

Snijd de biscuit dan in 3 stroken van 5 cm breed. Smeer ook deze stroken strak af met botercrème en laat weer opstijven in de koelkast.

Snijd de stroken tenslotte in blokken van 5 cm. Smeer deze ook strak af met de botercrème en zet alle 10 gebakjes in de koelkast om op te stijven.

Bekleden met marsepein:
Verdeel de marsepein in twee gelijke delen. Kleur de helft mintgroen en de andere helft lichtroze. Rol de mintgroene marsepein dun uit en snijd hieruit 5 stroken van 22 x 7,5 cm (elke strook weegt ongeveer 50 gram). Rol de roze marsepein uit en snijd hieruit 5 stroken met dezelfde afmeting. Vouw de stroken marsepein om de gebakjes, zorg er hierbij voor dat de naad in het midden van een vlak zit. Knijp de bovenkanten naar elkaar toe.

Decoreren:
Smelt de chocolade au bain-marie en vul een cornetje van bakpapier of een klein spuitzakje met de chocolade. Knip er een klein puntje af en trek met een vloeiende beweging dunne lijntjes met de chocolade over de gebakjes. Doe een beetje botercrème in een spuitzakje en spuit een toefje bovenop de gebakjes. Decoreer ze tenslotte met een amarena kers en een eetbaar bloemetje.

Volg ons op